Column 10 – 22 november 2006

Het valt niet mee voortdurend vingers aan polsen te houden, als een bok op de haverkist te zitten, alles op de voet te volgen, actueel te blijven en daarnaast ook nog je dagelijkse werkzaamheden te verrichten, je sociale contacten te onderhouden en familiaire verplichtingen na te komen. Politici claimen hier tijd genoeg voor te hebben, bij mij strijden deze activiteiten voordurend om de eerste prioriteit.

Neem nu onze landelijke politici. Ze zijn momenteel volledig in de ban van de komende verkiezingen. Beloven weer van alles, sommigen gaan zelfs met kiezers in debat èn… ze laten geen kans voorbij gaan om met hun gezicht op tv te verschijnen. Het is een compleet circus! Het demissionaire kabinet regeert, zoals het de afgelopen jaren overigens voordurend heeft gedaan, over een Nederland dat ik niet herken. “Het gaat goed!” en “We hebben veel bereikt!” De oppositie is (te) druk met de campagne om alle vingers aan de polsen te houden. Trouwens, hebben ze dit de afgelopen periode wel voldoende gedaan? Of is de (landelijke) politiek dan toch echt “handjeklap Begonia” geworden of nog steeds?

Landelijk of gemeentelijk, de politiek staat nog steeds ver af van de dagelijkse beslommeringen van de Nederlandse kiezer. Ikzelf merk nog steeds niets van een kleiner wordende kloof. De nieuwe organisatie van het tot stand komen van gemeentelijke politiek doet hier ook niet veel goed aan. Een officiële tussentijdse evaluatie zal m.i. nu al duidelijk aantonen dat de doelstellingen van carrousel en raadsplein op geen stukken na worden gehaald. Hoelang moet hiermee dan nog worden doorgemodderd? Politiek dichter bij de burger. Dat was toch het streven?

Gerard van Broekhuijsen

(332 x bekeken)